Lexplicatie 7.8a; Europees en internationaal merkenrecht

Auteurs:
GroenenboomJongbloed prijs:
€ 59,50
Dit boek is leverbaar en op voorraad
Boek | Ingenaaid | 500 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 2e editie | Verschenen in 2011
ISBN-13: 9789013093148 | ISBN-10: 9013093140


Samenvatting
Dit Lexplicatiedeel gaat over het merkenrecht zoals dat geldt buiten Benelux-verband. Het bevat de verdragen waarbij Nederland partij is, waaronder de Schikking van Madrid, de overeenkomst van Nice en de overeenkomst van Wenen.
Daarnaast zijn het Trademark LawTreaty en het Singapore LawTreaty opgenomen. Van verdragen waarvan geen officiële Nederlandse versie bestaat, is de tekst zowel in een officiële taal als in Nederlandse vertaling opgenomen.
Ook de Europese richtlijn en de verordeningen die betrekking hebben op het Gemeenschapsmerk zijn in dit deel verzameld.
Een prettig en compleet overzicht van de regelingen die voor het internationale merkenrecht van belang zijn.
Serie
Rubriek / NUR
Ondernemingsrecht
Aankomende cursussen omtrent Ondernemingsrecht:
Juridische kalender
Trefwoorden
Er zijn (nog) geen trefwoorden opgenomen voor dit boek
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
- Administrative Instructions for the Application of the Madrid Agreement Concerning the International Registration of Marks and the Protocol Relating Thereto
- Arrangement du Madrid concernant l-enregistrement international des marques du 14 avril 1891
- Common Regulations under the Madrid Agreement concerning the International Registration of Marks and the Protocol Relating to that agreement
- Nice Agreement concerning the International Classification of Goods and Services for the Puposes of the Registration of Marks
- Overeenkomst van Nice van 15 juni 1957 betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken, herzien te Stockholm op 14 julo 1967 en te Genève op 13 mei 1977
- Toon alle wetten die in deze bundel staan.
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 23-12-2011 | BT8460 | Merkenrecht. Vormmerk; uitleg art. 3 lid 1, aanhef en onder e (iii) Merkenrichtlijn; Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan HvJEU. Hof heeft juiste maatstaf aangelegd bij beoordeling onderscheidend vermogen vormmerk (HvJEU 29 april 2004, nr. C-456/01 en 457/01 (Henkel) en 22 juni 2006, nr. C-25/05 (Werther?s Echte). Voor die beoordeling gelden niet meer of andere eisen dan in geval van tweedimensionale merken (HvJEU 8 april 2003, nr. C-53, 54, 55/01 (Linde e.a.)). Onjuist dat van belang is dat consument weet aan wie product moet worden toegeschreven: voldoende dat merk publiek in staat stelt waren als afkomstig van bepaalde onderneming te identificeren en dus om deze waar van die van andere ondernemingen te onderscheiden (Linde-arrest). Het ligt op weg verweerder bevrijdend verweer te voeren dat een van de in art. 2.21 lid 4 BVIE bedoelde uitzonderingen van toepassing is; rechter mag uitzonderingsbepaling niet ambtshalve toepassen. Bewijslast kwade trouw rust op merkhouder. Vragen over weigerings- of nietigheidsgrond dat (vorm)merken niet uitsluitend mogen bestaan uit vorm die wezenlijke waarde aan de waar geeft (art. 2.1 lid 2 BVIE, art. 3 lid 1, aanhef en onder e (iii) Merkenrichtlijn). |
| 01-02-2011 | BP6104 | Intellectuele eigendom; merkenrecht. Hof stelt prejudiciële vragen aan HvJ EU over art. 15 Verordening (EG) nr. 207/2009 inzake het Gemeenschapsmerk. Moet deze bepaling aldus worden uitgelegd dat als normaal gebruik van een Gemeenschapsmerk volstaat gebruik ervan binnen de grenzen van één enkele lidstaat, mits dit gebruik, ware het een nationaal merk, in die lidstaat als normaal gebruik wordt aangemerkt? |
| 19-02-2010 | BK4739 | Merkenrecht. Vraag of het met frisdrank afvullen van verpakkingen (blikjes) die zijn voorzien van een teken, moet worden aangemerkt als gebruik van dat teken in de zin van art. 5 lid 1(a) en/of (b) Merkenrichtlijn, ook indien dit afvullen geschiedt als dienstverlening in opdracht van een ander ter onderscheiding van diens waren. ?Rule of reason?-toets? Ook inbreukverbod indien waren uitsluitend zijn bestemd voor export naar landen buiten Benelux of EU? Zo ja, de perceptie van welke consument moet daarbij dan als maatstaf gelden? Prejudiciële vragen aan HvJEU. |
| 12-12-2008 | BF0518 | Merkenrecht. Benelux-woordmerk (portakabin); inbreukactie ex art. 13A lid 1 BMW/art. 2.20 lid 1 BVIE tegen gebruik als ?adword? bij internetzoekprogramma?s als Google; prejudiciële vragen aan het HvJEG over uitleg van art. 2.20 lid 1, onder a, b of c, BVIE en daarmee van art. 5 lid 1, 2 en 5 en art. 6 en 7 Eerste Richtlijn 89/104/EEG (Richtlijn 2008/95/EG). |