Lexplicatie 3.16a; Drank- en horecawet

Auteurs:
StormJongbloed prijs:
€ 49,50
Dit boek is leverbaar en op voorraad
Boek | Ingenaaid | 410 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 2e editie | Verschenen in 2011
ISBN-13: 9789013087697 | ISBN-10: 9013087698 |
Inhoudsopgave


Samenvatting
Voor de uitoefening van het horeca- of slijtersbedrijf is een vergunning van burgemeester en wethouders vereist. Aan jongeren onder de zestien jaar mag geen alcoholhoudende drank worden verkocht. Dit zijn bekende regels uit de Drank- en Horecawet, die in dit Lexplicatiedeel centraal staat. De auteur voorzag de wet van commentaar, waarin veelal aan de hand van citaten uit de parlementaire geschiedenis tekst en uitleg wordt gegeven.
De bepalingen van de Drank- en Horecawet worden uitgewerkt in de opgenomen lagere regelgeving. Daarin is bijvoorbeeld te vinden aan welke concrete eisen een horeca-inrichting moet voldoen, wat leidinggevenden moeten weten over sociale hygiëne en welke boetes kunnen worden opgelegd.
Ten slotte bevat dit deel belangrijke andere regelingen zoals de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken en de Richtlijn voor strafvordering Drank- en Horecawet.
Serie
Rubriek / NUR
Staats- & Bestuursrecht
Aankomende cursussen omtrent Staats- & Bestuursrecht:
Juridische kalender
Trefwoorden
Er zijn (nog) geen trefwoorden opgenomen voor dit boek
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
- Aanwijzing ambtenaren toezicht Drank- en Horecawet
- Beleidsregels sponsoring publieke omroep 2005
- Besluit aanvulling omschrijving slijtersbedrijf
- Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet
- Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Voedsel en Waren Autoriteit 2007
- Toon alle wetten die in deze bundel staan.
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 27-04-2012 | BW4122 | Inkomstenbelasting (artikel 3.14, lid 1, aanhef en letter d, en lid 4, letter a, Wet IB 2001); omkering bewijslast; hennepkwekerij; geen rechtsregel verplichtte de Inspecteur ertoe zich bij zijn schatting aan te sluiten bij het oordeel van de rechter in de ontnemingsprocedure; de omstandigheid dat de rechter in de ontnemingsprocedure tot een bepaalde schatting van het voordeel is gekomen, brengt voorts nog niet mee dat belanghebbende daarmee heeft doen blijken dat de schatting van de inkomsten op een hoger bedrag onjuist is. |
| 20-04-2012 | BV3436 | Strafrechtelijke veroordeling wegens verboden uitvoer afvalstoffen; slachtoffers stellen in buitenland civiele vordering in. Openbaar ministerie heeft op verzoek van slachtoffers ten behoeve van civiele procedure informatie uit strafdossier verstrekt. Verstrekking niet onrechtmatig; art. 39f lid 1 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, in samenhang met hoofdstuk 4, paragraaf 4 onder f van ?Aanwijzing verstrekking van strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden?, Stcrt. 2004, 223. Informatieverstrekking uit strafdossier kan zien op ander strafbaar feit dan het ten laste gelegde. |
| 17-04-2012 | BV9205 | Aanwezigheidsrecht. De mededeling van de griffier van de Rechtbank in het zich bij de stukken van het geding bevindende schrijven kon ASA Legal Assistent - dat geen beroep kan doen op het in art. 51 Sv ten aanzien van de raadsman bepaalde - niet opvatten als ?bevestiging dat zij op de hoogte gehouden zou worden van het verdere verloop van de strafzaak in hoger beroep? en van de datum van de behandeling van de zaak in hoger beroep. De door ASA Legal Assistent verstuurde brief naar de griffie van het Hof met de vraag of er nieuwe ontwikkelingen waren te melden, maakt dit niet anders. |
| 17-04-2012 | BV9064 | Heling en verduistering van 'credits'. In zijn nadere bewijsoverweging heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat de term 'credit' moet worden opgevat in de economische betekenis die daaraan in het normale spraakgebruik wordt toegekend, te weten als gebruikseenheid om de daarmee aangeduide vorm van telecommunicatiedienstverlening te kunnen kwalificeren en in rekening te kunnen brengen. Het oordeel van het Hof dat, gelet op de functie die een 'credit' in deze economische betekenis in het maatschappelijk verkeer vervult, kan worden aangemerkt als een goed dat vatbaar is voor toe-eigening en dus voorwerp kan zijn van verduistering in de zin van art. 321 Sr en van heling als bedoeld in de artt. 416bis en 417 Sr geeft niet blijk van en onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR LJN BQ6575). Het oordeel van het Hof dat X zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 321 Sr (vgl. HR LJN ZC8253 NJ 1990/256). |
| 17-04-2012 | BV9062 | 1. Noodweer(exces) en culpa in causa. 2. Vordering benadeelde partij. Ad 1. De HR stelt zijn overwegingen uit HR LJN AU8087 voorop. Gelet op de feitelijke vaststellingen van het Hof geeft zijn oordeel dat uit de gedragingen van de verdachte moet worden afgeleid dat hij de confrontatie heeft gezocht en dat dit in de weg staat aan het slagen van het beroep op noodweer niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd; dat wordt niet anders doordat het hof bij zijn oordeel heeft betrokken dat X die dag een mes bij zich. Ad 2. Ambtshalve: in aanmerking genomen dat de benadeelde partij in hoger beroep haar vordering heeft gehandhaafd, was het Hof o.g.v. art. 335 en 361.4 jo art. 415 Sv gehouden op die vordering een met redenen omklede beslissing te nemen. De bestreden uitspraak ontbeert een dergelijke beslissing en kan daarom in zoverre niet in stand blijven. |