Lexplicatie 6.7a; Invorderingswet 1990

Auteurs:
KoedoodJongbloed prijs:
€ 49,50
Dit boek is leverbaar en op voorraad
Boek | Ingenaaid | 412 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 2e editie | Verschenen in 2011
ISBN-13: 9789013076547 | ISBN-10: 9013076548 |
Inhoudsopgave


Samenvatting
Wat zijn de regels voor de invordering van belastingaanslagen? Welke specifieke bevoegdheden heeft de ontvanger om belastingschulden te incasseren? Wie kunnen aansprakelijk worden gesteld door de ontvanger? En hoe kan men zich verweren tegen invorderingsmaatregelen van de ontvanger? De Invorderingswet 1990 geeft antwoord op deze en vele andere vragen rond de invordering van rijksbelastingen.
Dit Lexplicatiedeel bundelt de wet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. Per artikel geeft de auteur verhelderende uitleg aan de hand van parlementaire geschiedenis van de wet en de jurisprudentie.
Serie
Rubriek / NUR
Belastingrecht
Aankomende cursussen omtrent Belastingrecht:
Juridische kalender
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: 4.210 Nederland, Belastingrecht, Belasting, Invordering, Belastingheffing, Wetgeving
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
- Invorderingswet 1990
- Kostenwet invordering rijksbelastingen
- Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990
- Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004
- Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
- Toon alle wetten die in deze bundel staan.
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 11-05-2012 | BW5403 | Aansprakelijkstelling; Invorderingswet 1990. Aansprakelijkstelling van een ontbonden en vereffende vennootschap is mogelijk. |
| 06-04-2012 | BW0862 | De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81 RO. |
| 30-03-2012 | BW2511 | Belanghebbende is als bestuurder aansprakelijk gesteld voor een naheffingsaanslag omzetbelasting, opgelegd aan een BV waarvan hij alle aandelen bezit. De uitspraak op bezwaar is aangetekend aan belanghebbende verzonden, en bij het vergeefs aanbieden van dit poststuk heeft de postbode een bericht achtergelaten inhoudende dat belanghebbende gedurende drie weken dit poststuk kon ophalen op postkantoor X. Toen belanghebbende dit poststuk binnen deze termijn wilde ophalen was dit postkantoor gesloten en bij het vervangende postkantoor was men niet bekend met een aangetekend stuk dat zou worden opgehaald. De Ontvanger heeft vervolgens de uitspraak per gewone post toegezonden en belanghebbende is vervolgens binnen 14 dagen in beroep gekomen. Het Hof oordeelt, in tegenstelling tot de rechtbank, dat belanghebbende terecht een beroep op artikel 6:11 Awb doet en acht hem ontvankelijk. daarmee schiet belanghebbende niet veel op want, zo oordeelt het Hof, er is niet tijdig melding gedaan van de betalingsonmacht en belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het niet tijdig melden niet aan hem te wijten is en dus is belanghebbende terecht aansprakelijk gesteld voor de betreffende omzetbelastingschuld. Dit betreft tevens de rente en de invorderingskosten. Het hoger beroep is gegrond, het tegen de uitspraak op bezwaar ingestelde beroep is ongegrond. |
| 27-03-2012 | BW1068 | Invordering. |
| 09-03-2012 | BW1104 | Belanghebbenden hebben hun aandelen in A bv overgedragen aan hun zoon. Eenderde deel van de koopsom heeft de zoon voldaan door storting van dit bedrag op een derdenrekening, eenderde deel is schuldig gebleven en eenderde deel is door belanghebbenden aan de zoon geschonken. Voor de aan belanghebbenden opgelegde belastingaanslagen hebben zij verzocht om toepassing van de uitstelfaciliteit van art. 25, lid 9, IW 1990. De ontvanger heeft dit verzoek afgewezen. Het hof overweegt dat, nu belanghebbende de belastingaanslagen hebben betaald, de belastingschulden teniet zijn gegaan zodat de vraag of uitstel van betaling kan worden verleend, niet relevant meer is. Het belang van de hoger beroepen is volgens belanghebbenden gelegen in het renteverlies dat zij hebben geleden doordat zij de belastingaanslagen onmiddellijk hebben betaald. Naar het oordeel van het hof kunnen zij hiervoor echter niet worden gecompenseerd nu de Invorderingswet 1990 hierin niet voorziet. |