Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland

Lexplicatie 3.55e; Wetgeving handel in emissierechten

Auteurs: Janssen

Onze prijs: € 59,50
Leverbaar Dit boek is leverbaar en op voorraad

Boek | Ingenaaid | 570 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 2e editie | Verschenen in 2010
ISBN-13: 9789013076110 | ISBN-10: 9013076114



Samenvatting

Om de emissie van broeikasgassen te beperken is binnen Europa een systeem van verhandelbare emissierechten ingevoerd. Hoe komt men aan die rechten, hoe worden ze verhandeld, hoe is het toezicht geregeld?

Dit Lexplicatiedeel bevat alle regelgeving die voor de handel in emissierechten in Nederland van belang is.

Een handig themadeel met kernbeschrijvingen, inleidingen en artikelsgewijs commentaar voor een goed begrip van context en achtergronden van de opgenomen regelingen.

Serie


Rubriek / NUR

Staats- & Bestuursrecht

Aankomende cursussen omtrent Staats- & Bestuursrecht:
Datum Titel
22 Sep Algemene begrippen en beginselen bestuursrecht 5 0 0 0
22 Sep Compactcursus Awb 10 0 0 0
23 Sep Wabo en omgevingsvergunning 5 0 0 0
07 Oct Ambtenarenrecht en sociale zekerheid 5 0 0 0
07 Oct Actualiteiten bestuursprocesrecht 4 0 0 0

Juridische kalender

Trefwoorden

Er zijn (nog) geen trefwoorden opgenomen voor dit boek

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:

  • Beleidsregels voor het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit inzake het bepalen van de hoogte van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete bij de handhaving van de regels voor de handel in emissierechten
  • Besluit handel in emissierechten
  • Regeling monitoring handel in emissierechten
  • Regeling register voor handel in NOx-emissierechten
  • Regeling vergoedingen register handel in emissierechten
  • Toon alle wetten die in deze bundel staan.

Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
06-07-2010 BK9263 Bezwaarschrift tegen de dagvaarding. Art. 262 Sv. Cassatie OM en verdachte. 1. Uitleg begrippen ?overbrenging? en ?uitvoer? i.d.z.v. de EEG-Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA). 2. Geen respons op verweer strekkende tot n.o-verklaring OM in de vervolging. Ad 1. Art. 10.60.2.a Wet Milieubeheer jo. art. 18 EVOA. In ?s Hofs oordeel ligt besloten dat van overbrenging dan wel uitvoer van afvalstoffen naar ACS-Staten i.d.z.v. de EVOA geen sprake meer kan zijn, zodra die afvalstoffen over de grens van een ACS-Staat zijn gebracht. Een dergelijke beperkte uitleg vloeit niet voort uit de bewoordingen van de EVOA. Zij verdraagt zich ook niet met het doel van de EVOA en past evenmin in het stelsel van de in de CAG genoemde Verordeningen, Overeenkomsten en Verdragen die het milieu in die staten eveneens beogen te beschermen. Gezien het doel van de EVOA en het stelsel van genoemde Verordeningen, Overeenkomsten en Verdragen is de uitvoer van afvalstoffen naar de ACS-Staten i.d.z.v. de EVOA eerst voltooid wanneer deze hun uiterlijke bestemming hebben bereikt. Ad 2. Geen rechtsregel belet de rechter die moet oordelen over een bezwaarschrift a.b.i. art. 262 jo. 250 Sv, om gelet op het summiere karakter van deze procedure, indien hij tot het oordeel komt dat de verdachte buiten vervolging moet worden gesteld, andere bezwaren met dezelfde beoogde uitkomst buiten bespreking te laten.
30-06-2010 BM9643 Bij besluit van 7 februari 2008 heeft de minister geweigerd een document openbaar te maken.
22-06-2010 BK3526 Bewijs milieudelicten door een rechtspersoon. 1. Handelen zonder vereiste vergunning. 2. Overtreding van vergunningsvoorschriften. Ad 1. De HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN AF7938 ten aanzien van de toerekening van een strafbare gedraging aan een rechtspersoon. Het hof heeft niet doen blijken of t.a.v. feit A aan genoemde criteria is voldaan en dat daaraan is voldaan kan ook uit de gebezigde bewijsmiddelen niet zonder meer worden afgeleid. De bewezenverklaring is dus in dit opzicht ontoereikend gemotiveerd. Ad 2. De in art. 18.18 Wm en art. 30a Wvo neergelegde verbodsbepalingen richten zich tot degene die de inrichting waaraan de vergunning is verbonden, drijft. T.a.v. feit B kan niet uit de bewijsvoering volgen dat verdachte als drijver van de inrichting kan worden aangemerkt nu daaruit niet zonder meer kan volgen dat verdachte feitelijk zeggenschap had over (alle) onder B bewezenverklaarde gedragingen, althans het in haar macht had de desbetreffende overtredingen van de vergunningsvoorschriften te beëindigen. De in dat verband door het Hof in aanmerking genomen f&o zijn daartoe ontoereikend waarbij in het oog springt dat het hof niets heeft vastgesteld omtrent verdachte enerzijds en X anderzijds gesloten privaatrechtelijke overeenkomst en de daarin opgenomen verplichtingen en afspraken. T.a.v. feit C heeft het hof uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen afleiden dat verdachte de vereiste (feitelijke) zeggenschap toekwam, nu zij de desbetreffende overtreding kon voorkomen en ook beëindigen.
22-06-2010 BK8499 Zich ontdoen van afvalstoffen a.b.i. art. 10.2 Wet milieubeheer. ?s Hofs oordeel komt erop neer dat onder het zich ontdoen van afvalstoffen door deze buiten een inrichting te storten ook valt het achterlaten van chemicaliën in een afgesloten trailer/zeecontainer of vrachtwagen, door het Hof kennelijk aangemerkt als verpakking, met de kennelijke bedoeling deze daar te laten staan. Gelet op de uit art. 1.1a Wm voortvloeiende verplichting die handelingen na te laten die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken en in aanmerking genomen de strekking van art. 10.2, 1e lid, Wm, nl. te verzekeren dat ? behalve in het in het 2e lid bedoelde geval, dat zich hier niet voordoet ? slechts binnen een inrichting afvalstoffen worden gestort, is dat oordeel onjuist, noch onbegrijpelijk.
14-06-2010 BM8780 Bij besluit van 4 maart 2010 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Van Gansewinkel Nederland B.V. Regio Zuid-Holland (hierna: Van Gansewinkel) voor de duur van tien jaar een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het op- en overslaan en deels grof voorsorteren van bouw- en sloopafval en stedelijk afval op het adres Lageweg 1 te Katwijk (ZH), gemeente Katwijk. Dit besluit is op 8 maart 2010 ter inzage gelegd.