Lexplicatie 1.3d; Burgerlijk Wetboek Boek 4: Erfrecht

Auteurs:
Dahm,
LankhorstJongbloed prijs:
€ 39,50
Dit boek is leverbaar en op voorraad
Boek | Ingenaaid | 187 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschenen in 2010
ISBN-13: 9789013075786 | ISBN-10: 9013075789 |
Inhoudsopgave


Samenvatting
Dit Lexplicatiedeel is gewijd aan het erfrecht, met heldere uitleg in artikelsgewijs commentaar.
Naast Boek 4 BW bevat dit deel ook de relevante onderdelen uit de Overgangswet en de Invoeringswet, de relevante uitvoeringsbesluiten en een aantal zelfstandige wetten en besluiten die met Boek 4 BW verband houden.
Deel 1.3d behoort tot een nieuwe reeks Lexplicatiedelen over het Burgerlijk Wetboek. Onder nummer 1.3 zullen alle boeken van het BW worden voorzien van actueel, compact en toegankelijk commentaar.
Serie
Rubriek / NUR
Privaatrecht
Aankomende cursussen omtrent Privaatrecht:
Juridische kalender
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: 4.210 Nederland, Wetgeving, Burgerlijk wetboek, Erfrecht
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
- Algemene termijnenwet
- Algemene wet gelijke behandeling
- Beschikking consignatie van gelden
- Besluit boedelregister
- Besluit ex artikel 4, eerste lid, Wet op het centraal testamentenregister
- Toon alle wetten die in deze bundel staan.
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 13-04-2012 | BV2629 | Berusting in buitengerechtelijke vernietigingsverklaring. Tegenover derden wordt vermoed dat aan de eisen voor vernietiging is voldaan; in geval van betwisting door een derde dient deze dit vermoeden te ontzenuwen. Schuldeisersverzuim; schuldenaar die reeds in verzuim verkeerde toen onder hem derdenbeslag ten laste van schuldeiser werd gelegd, moet aantonen dat hij bereid was te betalen en dat het derdenbeslag de betaling heeft belet. Wettelijke rente; proceskostenveroordeling schept zelfstandige verbintenis tot betaling van geldsom; ofschoon de betreffende procedure voor 1992 was aangevangen, is art. 6:119 BW van toepassing nu de proceskostenveroordeling daarna is uitgesproken. Art. 173 lid 2 en art. 182 Overgangswet Nieuw BW zijn niet van toepassing. |
| 13-03-2012 | BV9564 | Eenmalige verlaging van de bijstand met ? 200,-- op de grond dat door toedoen van appellant twee, voor hem in het kader van een re-integratietraject door het college geschikt geachte, functies op een zogenoemde participatieplaats geen doorgang hebben gevonden. De weigering van appellant om zijn lange baard in te korten heeft een door veiligheidsmotieven ingegeven beletsel gevormd om hem bij wijze van re-integratievoorziening de functie van beveiligingsbeambte te laten vervullen. Zo hem dit al niet in directe zin met zoveel worden is gezegd, moet hem dit redelijkerwijs duidelijk zijn geworden uit de diverse daaromtrent gevoerde gesprekken. Het had appellant ook voldoende duidelijk kunnen zijn dat de DWI belang hecht aan een eenduidige respectvolle wijze van begroeten van cliënten en collega?s en dat zijn principiële weigering om vrouwen een hand te geven een belemmering zou vormen hem, eveneens bij wijze van re-integratievoorziening, de functie van assistent bij de formulierenbrigade van de DWI aan te bieden. Appellant heeft niet aan de hand van concrete objectieve gegevens of anderszins aannemelijk heeft gemaakt dat van hem op grond van zwaarwegende godsdienstige bezwaren niet kon worden gevergd zijn baard in te korten en dat hij vrouwen een hand geeft. De beroepsgrond dat appellant, gelet op een eerder gedane uitlating van toenmalig burgemeester Cohen ten aanzien van straatcoaches, met zijn opstelling niet verwijtbaar heeft gehandeld, treft evenmin doel. |
| 06-03-2012 | BV7930 | Afwijzing verzoek om kwijtschelding. De invordering van restschuld is niet verjaard. Aansluiting gezocht bij artikel |
| 07-02-2012 | BV2919 | Eiser raakt langdurig ziek na 21 jaar naar volle tevredenheid van partijen en ouders als peuterspeelzaalleider te hebben gewerkt. Als gevolg van tussentijds gewijzigd beleid kan eiser na re-integratie niet meer werken op 'eigen' peuterspeelzaal. Beleid komt er feitelijk op neer dat voor eiser, als mannelijke peuterspeelzaalleider, een ander regime geldt dan voor diens vrouwelijke collega?s, hetgeen in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 7:646 BW. Vordering tot wedertewerkstelling wordt toegewezen. |
| 03-02-2012 | BU6496 | Recht van buurweg; art. 719 BW (oud). Oordeel hof dat recht van buurweg niet is bewezen, niet onjuist of onbegrijpelijk. Hof heeft niet miskend dat ongestoord bezit van recht van buurweg het voor tegenbewijs vatbare vermoeden oplevert dat van bestemming tot buurweg sprake is (vgl. HR 15 september 2006, LJN AX9402, NJ 2006/506). Stellingen en bewijsaanbod eiser ongenoegzaam. |