Lexplicatie 1.3c; Burgerlijk Wetboek Boek 3: Vermogensrecht in het algemeen

Auteurs:
Dahm,
LankhorstJongbloed prijs:
€ 39,50
Dit boek is leverbaar en op voorraad
Boek | Ingenaaid | 244 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschenen in 2010
ISBN-13: 9789013075779 | ISBN-10: 9013075770


Samenvatting
Dit Lexplicatiedeel is gewijd aan het algemene deel van het vermogensrecht, met heldere uitleg in artikelsgewijs commentaar. Naast Boek 3 BW bevat dit deel ook de relevante onderdelen uit de Overgangswet en de Invoeringswet, de relevante uitvoeringsbesluiten en een aantal zelfstandige wetten en besluiten die met Boek 3 BW verband houden. Deel 1.3c behoort tot een nieuwe reeks Lexplicatiedelen over het Burgerlijk Wetboek. Onder nummer 1.3 zullen alle boeken van het Burgerlijk Wetboek worden voorzien van actueel, compact en toegankelijk commentaar.Aanvullende informatieDit boek maakt deel uit van de serie Lexplicatie. Wilt u de complete serie ontvangen tegen een aantrekkelijke prijs? Neem dan een abonnement op de Lexplicatie boekenserie en klik hier.Wilt u volledig en altijd up-to-date zijn? Neem dan een abonnement op Lexplicatie online en klik hier.
Serie
Rubriek / NUR
Privaatrecht
Aankomende cursussen omtrent Privaatrecht:
Juridische kalender
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Burgerlijk wetboek, Vermogensrecht, 4.210 Nederland, Wetgeving
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 27-04-2012 | BV1301 | Koop. Overeenkomst tot aanschaf van standaardcomputerprogrammatuur voor niet in tijdsduur beperkt gebruik tegen betaling van een bepaald bedrag. Kooptitel 7.1 BW van toepassing op dit soort overeenkomsten. Verjaring ex art. 7:23 lid 2 BW van beroep op non-conformiteit? Beroep op stuiting verjaring ten onrechte als tardief gepasseerd. |
| 20-04-2012 | BV5555 | Kwalitatief recht; art. 6:251 BW. Afspraak aangaande overgang onder bijzondere titel niet vereist, evenmin dat daar kwalitatieve verplichting (art. 6:252 BW) tegenover staat. Geen inschrijving in openbare registers. Onbegrijpelijke uitleg beding. |
| 20-04-2012 | BV3436 | Strafrechtelijke veroordeling wegens verboden uitvoer afvalstoffen; slachtoffers stellen in buitenland civiele vordering in. Openbaar ministerie heeft op verzoek van slachtoffers ten behoeve van civiele procedure informatie uit strafdossier verstrekt. Verstrekking niet onrechtmatig; art. 39f lid 1 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, in samenhang met hoofdstuk 4, paragraaf 4 onder f van ?Aanwijzing verstrekking van strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden?, Stcrt. 2004, 223. Informatieverstrekking uit strafdossier kan zien op ander strafbaar feit dan het ten laste gelegde. |
| 13-04-2012 | BV2629 | Berusting in buitengerechtelijke vernietigingsverklaring. Tegenover derden wordt vermoed dat aan de eisen voor vernietiging is voldaan; in geval van betwisting door een derde dient deze dit vermoeden te ontzenuwen. Schuldeisersverzuim; schuldenaar die reeds in verzuim verkeerde toen onder hem derdenbeslag ten laste van schuldeiser werd gelegd, moet aantonen dat hij bereid was te betalen en dat het derdenbeslag de betaling heeft belet. Wettelijke rente; proceskostenveroordeling schept zelfstandige verbintenis tot betaling van geldsom; ofschoon de betreffende procedure voor 1992 was aangevangen, is art. 6:119 BW van toepassing nu de proceskostenveroordeling daarna is uitgesproken. Art. 173 lid 2 en art. 182 Overgangswet Nieuw BW zijn niet van toepassing. |
| 06-04-2012 | BU3784 | Verbintenissenrecht. Regresvordering op hoofdelijk medeschuldenaar verjaard? Art. 3:310 lid 1 BW van toepassing op regresvorderingen uit hoofde van art. 6:10 BW. Vijfjarige verjaringstermijn art. 3:310 lid 1 vangt niet eerder aan dan op de dag na die waarop de schadevordering opeisbaar is geworden, ook indien voordien reeds bekend is dat de schade geleden zal worden en wie de aansprakelijke persoon is (vgl. HR 10 oktober 2003, LJN AF9416, NJ 2003/680). Regresvordering uit hoofde van art. 6:10 ontstaat pas indien hoofdelijk medeschuldenaar vordering voldoet voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat. Niet uitgesloten dat instellen regresvordering naar maatstaven redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, of dat regresnemer zijn recht heeft verwerkt. |