Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland

Lexplicatie 3.10a; Wetgeving verontreiniging en ongevallenbestrijding op zee

Auteurs: Janssen

Jongbloed prijs: € 49,50
Leverbaar Dit boek is leverbaar en op voorraad

Boek | Ingenaaid | 415 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 2e editie | Verschenen in 2010
ISBN-13: 9789013074802 | ISBN-10: 9013074804 | PDF Inhoudsopgave



Samenvatting

Dit Lexplicatiedeel bevat de Nederlandse wetgeving die erop is gericht milieuverontreiniging van de zee te voorkomen en te bestrijden.

De Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de Wet verontreiniging zeewater zijn met name gericht op het tegengaan van schadelijke lozingen door schepen. De Wet bestrijding ongevallen Noordzee geeft een wettelijke grondslag voor het overheidsoptreden op zee om schadelijke gevolgen van ongevallen te voorkomen.

Alle drie de wetten zijn voorzien van kernbeschrijvingen, inleidingen en artikelsgewijs commentaar. Ook de bijbehorende uitvoeringsregelingen zijn opgenomen en van commentaar voorzien. Op deze manier biedt dit deel uit de Lexplicatieserie een handzaam en toegankelijk overzicht van de nationale regelgeving die ons zeewater moet beschermen tegen milieuvervuiling.

(Vervangt Schuurman & Jordens deel 147-Vc)

Inhoudsopgave
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Besluit havenontvangstvoorzieningen
Besluit voorkoming verontreiniging door schepen
Regeling communicatie en loodsaanvragen zeevaart
Besluit machtiging werkzaamheden inspectie Verkeer en Waterstaat
Regeling havenontvangstvoorzieningen
Besluit aanwijzing klassenbureaus Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Regeling terbeschikkingstelling ambtenaren van de divisie Vervoer aan de divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat
Regeling tarieven scheepvaart 2005
Regeling uitvoering EG-verordeningen Wvvs
Regeling voorkoming verontreiniging door schepen
Regeling aanwijzing klassenbureaus Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet verontreiniging zeewater
Besluit ex artikel 3 Wet verontreiniging zeewater
Meldingenbesluit (artikel 6a Wet verontreiniging zeewater)
Regeling voorschriften voor verzoeken om ontheffing
Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Wet verontreiniging zeewater
Besluit aanwijzing toezichtambtenaren Wet verontreiniging oppervlaktewateren en Wet verontreiniging zeewater
Wet bestrijding ongevallen Noordzee
Wet Rampenplan voor de Noordzee 2006
Regeling aanwijzing ambtenaren belast met toezicht en uitvoeren bepaalde maatregelen
Regeling melding ongevallen en voorvallen op zee 2005
Wet op de economische delicten

Serie


Rubriek / NUR

Staats- & Bestuursrecht

Aankomende cursussen omtrent Staats- & Bestuursrecht:
Datum Titel
25 May Organische Europese Democratie 0 0 0 0

Juridische kalender

Trefwoorden

De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Wetgeving, Oppervlaktewateren, Milieurecht, 4.210 Nederland, Water

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:

  • Besluit aanwijzing klassenbureaus Wet voorkoming verontreiniging door schepen
  • Besluit havenontvangstvoorzieningen
  • Besluit machtiging werkzaamheden Inspectie Verkeer en Waterstaat
  • Besluit Rampenplan voor de Noordzee 2009
  • Besluit voorkoming verontreiniging door schepen
  • Toon alle wetten die in deze bundel staan.

Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
20-04-2012 BV3436 Strafrechtelijke veroordeling wegens verboden uitvoer afvalstoffen; slachtoffers stellen in buitenland civiele vordering in. Openbaar ministerie heeft op verzoek van slachtoffers ten behoeve van civiele procedure informatie uit strafdossier verstrekt. Verstrekking niet onrechtmatig; art. 39f lid 1 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, in samenhang met hoofdstuk 4, paragraaf 4 onder f van ?Aanwijzing verstrekking van strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden?, Stcrt. 2004, 223. Informatieverstrekking uit strafdossier kan zien op ander strafbaar feit dan het ten laste gelegde.
08-03-2012 BV8327 Internationaal transport van afvalstoffen. Normen die de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu hanteert bij het beoordelen van partijen papierafval tot het moment dat er op Europees niveau normen zijn overeengekomen. De kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of het gedaagde vrij staat om de grenswaarden jegens eiseressen te hanteren als criteria waaraan eiseressen moeten voldoen bij hun transporten van oud papier en karton. De vorderingen zien enerzijds op het handelen van de Inspectie bij de bestuursrechtelijke handhaving van de EVOA, anderzijds op het handelen van het Openbaar Ministerie bij het onderzoek naar overtreding van het bepaalde in de artikelen 2 lid 35 EVOA jo. 10.60 lid 2 Wet milieubeheer en de artikelen 1a en 2 WED. Voorshands moet worden geoordeeld dat de Inspectie met het vaststellen en het hanteren van de door haar opgestelde grenswaarden haar bevoegdheid om door middel van beleid haar taken in te vullen, overschrijdt. Ook met het hanteren van die grenswaarden in het kader van een rechtshulpverzoek wordt de beleidsvrijheid van gedaagde onmiskenbaar overschreden.
28-02-2012 BV7652 Economische zaak
23-12-2011 BU9237 Trafigura Beheer B.V. wordt veroordeeld tot een geldboete van ? 1.000.000,00 voor het in strijd met de toen geldende EEG-verordening (EVOA) overbrengen van afvalstoffen naar Ivoorkust (een ACS staat), alsmede voor het afleveren van gevaarlijke stoffen (met een economisch toe te kennen waarde in het handelsverkeer) wetende dat deze een voor de gezondheid schadelijk karakter (corrosief en extreme zuurgraad) hebben en dit verzwijgen (art. 174 Sr). Het hof acht de EVOA toepasselijk vanwege het aanvankelijk in de Amsterdamse haven lossen van de afvalstoffen. Het hof rekent Trafigura deze normschendingen zwaar aan mede in het licht van mondiaal verantwoord ondernemerschap en de concernrecidive (onherroepelijke uitspraak U.S.), maar houdt tevens rekening met imagoschade (golf van negatieve publiciteit), alsmede positieve bijdrage aan mondiaal welzijn in vorm van Foundation.
20-09-2011 BQ9057 OM-cassatie. Wet personenvervoer 2000 & Besluit Personenvervoer 2000. Het Hof heeft zijn beslissing zich onbevoegd te verklaren van de zaak kennis te nemen gegrond op het oordeel dat het voorschrift gesteld bij art. 127.1 onder c BPV 2000 zijn wettelijke grondslag vindt in art. 104.1 aanhef en onder c WPV 2000 en als zodanig als economisch delict is aangemerkt in art. 1 aanhef en onder 4 WED. Dat oordeel is onjuist. Tegen de achtergrond van de geschiedenis van de totstandkoming van de WPV 2000 en het BPV 2000 moet worden aangenomen dat het voorschrift gesteld bij art. 127.1 onder c BPV 2000 niet is gegrond op art. 104.1 aanhef en onder c WPV 2000, maar op art. 104.1 aanhef en onder a WPV 2000.