Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland

Lexplicatie 3.32a; Ambtenarenwet en Algemeen Rijksambtenarenreglement

Auteurs: Helsen

Jongbloed prijs: ca. € 39,50
Uitverkocht Dit boek is uitverkocht

Boek | Ingenaaid | 278 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 2e editie | Verschijnt in 2009
ISBN-13: 9789013072228 | ISBN-10: 9013072224 | PDF Inhoudsopgave



Nieuwe editie

Er is van dit boek een recentere editie bekend.


Samenvatting

De Ambtenarenwet bevat algemene bepalingen over de rechtspositie en de integriteit van ambtenaren. In het Rijksambtenarenreglement worden veel onderwerpen uitgewerkt, zoals aanstelling en werktijden, vakantie en verlof, disciplinaire straffen, ziekte en ontslag. Dit Lexplicatiedeel bundelt de beide regelingen. De auteur verschaft per regeling en artikelsgewijs inzicht in de ontstaansgeschiedenis. De vele citaten uit relevante jurisprudentie maken het deel compleet. In combinatie met de overige 3.32-delen vormt dit deel een miniserie over het ambtenarenrecht.

Serie


Rubriek / NUR

Staats- & Bestuursrecht

Aankomende cursussen omtrent Staats- & Bestuursrecht:
Datum Titel
25 mei Organische Europese Democratie 0 0 0 0

Juridische kalender

Trefwoorden

De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Ambtenarenrecht

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:


Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
18-08-2011 BR5527 Ontslag. Plichtsverzuim. Appellant heeft zichzelf en ook anderen in de opbouwfase van de vaste toelage voor onregelmatige diensten (TOD) waarop volgens het vierde lid van artikel 17 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 bij het bereiken van de leeftijd van 55 jaar aanspraak bestaat, onevenredig vaak ingeroosterd voor onregelmatige diensten. Dit heeft geleid tot volgens de minister ongerechtvaardigd hoge vaste TOD voor appellant en anderen.
21-07-2011 BR3155 Weigering vergoeding. De Raad heeft geen aanwijzing aangetroffen voor een door de minister (als bevoegd gezag) jegens appellant gepleegd onrechtmatig handelen, waaraan appellant eventueel een aanspraak op volledige schadevergoeding voor zijn pensioennadeel zou kunnen ontlenen.
18-07-2011 BR0265 Rechtspositieregelingen die bij ziekte de opbouw van het recht op vakantie beperken zonder minimum waarborg van vier weken, zijn in strijd zijn met het EU-recht. Gelet op de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 februari 2010 kan niet anders worden geoordeeld dan dat de minister van BZK inmiddels de opvatting is toegedaan dat de artikelen 22 en 23 van het ARAR (en de daarop gebaseerde uitvoeringspraktijk) niet in lijn zijn met de EG-richtlijn 2003/88, zoals die richtlijn conform het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 20 januari 2009, Schultz-Hoff e.a., C-350/06 en C-520/06, NJ 2009, 252 moet worden uitgelegd. Anders dan appellant (de Minister van Veiligheid en Justitie) kennelijk veronderstelt is hij bij de uitleg en toepassing van de bepalingen van het ARAR gebonden aan deze in de circulaire besloten liggende gewijzigde opvatting.
07-07-2011 BR2752 Het bestuur heeft kunnen besluiten om de beslissing tot plaatsing van appellant in het team Jeugd te handhaven en of het aldus doorslaggevend gewicht heeft mogen toekennen aan het organisatiebelang. De Raad kan appellant volgen in zijn stelling dat zijn carrièreperspectieven als gevolg van de plaatsing in het team Jeugd voor in beginsel vier jaar in het gedrang kunnen komen. Appellant had persoonlijke belangen bij een langer verblijf in het [naam team], los van, maar ook in relatie tot een verdere doorgroei in de rechterlijke carrière. Appellant heeft niet zonder grond de aandacht gevestigd op het Rapport Project Jeugd Rechtbank [X] waaruit blijkt van mogelijke beperkingen van het carrièreperspectief voor rechters in het team Jeugd. De Raad is van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de voor appellant nadelige gevolgen van het gehandhaafde plaatsingsbesluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen. Het bestuur had hierin aanleiding behoren te vinden appellant compensatie te bieden. Met het oog op definitieve beslechting van het geschil zal de Raad bij zijn uitspraak zelf die compensatie vaststellen. Hij zal de duur van de plaatsing van appellant in het team Jeugd beperken tot tweeëneenhalf jaar.
30-06-2011 BR0776 Geen extra pensioen voor doorwerkende rechters.