Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland

Lexplicatie 8.6c; Procesregels van de rechterlijke instellingen binnen de EU

Auteurs: Baas, Winter

Jongbloed prijs: € 49,50
Boek | Ingenaaid | 446 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschenen in 2008
ISBN-13: 9789013063035 | ISBN-10: 9013063039 | PDF Inhoudsopgave



Samenvatting

"Alvorens zijn ambt te aanvaarden, moet iedere rechter in openbare zitting de eed afleggen (...)". Dit zijn de eerste woorden van artikel 2 van het Statuut van het Hof van Justitie.

In dit Lexplicatiedeel zijn de bevoegdheidsregels van het Hof van Justitie, het Gerecht van eerste aanleg en het Gerecht voor Ambtenarenzaken opgenomen, alsmede regelingen over de indiening van processtukken en de loop van de procedure, mededelingen van het Hof van Justitie met aanwijzingen voor nationale rechters en de mededeling betreffende de prejudiciële spoedprocedure die vanaf maart 2008 van toepassing is.

Door middel van kernbeschrijvingen en artikelsgewijs commentaar geven de auteurs inzicht in de regelingen zelf, de totstandkoming en de jurisprudentie op het gebied van Europees procesrecht.

Serie


Rubriek / NUR

Internationaal (publiek)recht

Trefwoorden

Er zijn (nog) geen trefwoorden opgenomen voor dit boek

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:

  • Informatienota over de inleiding van prejudiciële procedures door de nationale rechters
  • Praktische aanwijzingen voor de partijen inzake de procedure voor het gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie
  • Reglement voor de procesvoering van het gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie
  • Additioneel reglement procesvoering Hof van Justitie
  • Besluit van de Raad tot instelling van een gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie
  • Toon alle wetten die in deze bundel staan.

Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
14-03-2012 BV9430 Mededingingswet. Boete opgelegd in het kader van het bouwfraudeonderzoek wegens overtreding van artikel 6 Mededingingswet en artikel 81 EG. Noord Holland Acht. Rechten verdediging. Ne bis in idem. Lex mitior. Gelijkheidsbeginsel.
13-11-2007 BA9173 Cassatie in belang der wet. Euratom. Functionele immuniteit. Het hof heeft n.a.v. een beklagprocedure ex art. 12 Sv de OvJ bevolen de vervolging van Euratom voort te zetten, betrekking hebbende op overtredingen van een of meer van de vergunningsvoorwaarden en van andere milieudelicten. Het hof heeft in zijn beschikking een te nauwe maatstaf aangelegd. Het gaat erom of de desbetreffende gedragingen onmiddellijk verband houden met de vervulling van de aan Euratom opgedragen taken en niet, zoals het hof klaarblijkelijk als maatstaf heeft genomen, of Euratom haar taken ook kan uitoefenen zonder strafbare feiten te begaan. HR vernietigt in het belang der wet de bestreden beschikking.
04-05-2005 AT5137 Bij besluit van 21 mei 1999 heeft de teammanager van Laser namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: de Staatssecretaris) [wederpartij] op grond van de Regeling tegemoetkoming schade bij extreem zware regenval 1998 (hierna: de Regeling) een tegemoetkoming toegekend.
19-04-2005 AT4368 In een procedure naar aanleiding van de toelating van bestrijdingsmiddelen op basis van de werkzame stof aldicarb voor specifieke toepassingen (ook: 'essential uses') heeft het College het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen een prejudiciële vraag gesteld over de verenigbaarheid van beschikking 2003/199/EG met de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn. Beschikking 2003/199/EG vormt de basis van dit besluit van het Ctb. Met deze beschikking heeft de Raad besloten dat aldicarb niet als werkzame stof op bijlage I bij de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn wordt opgenomen. De voorhanden zijnde informatie volstond namelijk niet om vast te kunnen stellen of mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die de werkzame stof aldicarb bevatten voldoen aan de in artikel 5 van de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn genoemde eisen. Indien is besloten een werkzame stof al dan niet op bijlage I van de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn te plaatsen kunnen slecht gewasbeschermingsmiddelen die actieve stoffen bevatten die op deze lijst zijn vermeld door de lidstaten worden toegelaten.