Lexplicatie 1.1c; Strafrechtelijke vervolging en tenuitvoerlegging

Auteurs:
BangmaJongbloed prijs:
€ 49,50
Dit boek is leverbaar en op voorraad
Boek | Ingenaaid | 446 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschenen in 2008
ISBN-13: 9789013060409 | ISBN-10: 9013060404 |
Inhoudsopgave


Samenvatting
Dit Lexplicatiedeel bevat strafrechtelijke regelgeving op het gebied van vervolging en tenuitvoerlegging. Ook de positie van slachtoffers en getuigen heeft hierin een plaats gevonden. Het boek maakt deel uit van een miniserie bestaande uit de volgende delen:
1.1a Wetboek van Strafrecht
1.1b Uitleg delicten Wetboek van Strafrecht
1.1c Strafrechtelijke vervolging en tenuitvoerlegging
1.1d Bijzondere strafrechtelijke onderwerpen.
Tezamen geven deze delen een compleet en actueel beeld van het materiële strafrecht.
De auteur heeft de regelingen voorzien van heldere kernbeschrijvingen, inleidingen en artikelsgewijs commentaar.
Een prettig en overzichtelijk handboek voor de rechtspraktijk.
Serie
Rubriek / NUR
Straf- & strafprocesrecht
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Strafrecht
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
- Aanwijzing executie (vervangende) vrijheidsstraffen, taakstraffen, geldboetes, schadevergoedings- en ontnemingsmaatregelen
- Aanwijzing Halt-afdoening
- Aanwijzing handelwijze bij geweldsaanwending (politie)ambtenaar
- Aanwijzing hoge transacties en bijzondere transacties
- Aanwijzing opsporing en vervolging ambtelijke corruptie
- Toon alle wetten die in deze bundel staan.
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 17-04-2012 | BV8291 | Wots-zaak. 1. Art. 2 Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (VOGP). 2. Art. 3.1.d WOTS en beroep op een strafuitsluitingsgrond. 3. Verzoek als bedoeld in art. 328 Sv jo. art. 331 Sv. Ad 1. Gelet op het toelichtend rapport van het art. 2 Aanvullend Protocol heeft de Rechtbank terecht geoordeeld dat ook in een geval als het onderhavige, waarin de veroordeelde eerst na ontvluchting de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen, art. 2 van toepassing is en dat daarmee een verdragsbasis voor de tenuitvoerlegging aanwezig is. Ad 2. De HR stelt voorop dat een in een vreemde Staat opgelegde sanctie in Nederland slechts kan worden tenuitvoergelegd voor zover, in geval van veroordeling, de dader naar Nederlands recht eveneens strafbaar zou zijn geweest ingevolge art. 3.1.d WOTS. Derhalve dient de Nederlandse rechter ingeval in de exequaturprocedure een beroep op een strafuitsluitingsgrond wordt gedaan welke naar buitenlands recht niet had kunnen worden ingeroepen, de gegrondheid van dat beroep te beoordelen, al dan niet na op de voet van art. 28.5 WOTS onderzoek te hebben gedaan. Het oordeel van de Rechtbank dat het Bulgaarse recht psychische overmacht als "een vorm van strafuitsluitingsgrond" kent, volgt niet zonder meer uit de door de Rechtbank genoemde stukken. Ad 3. Het middel klaagt terecht dat de Rechtbank heeft verzuimd te beslissen op het verzoek van de veroordeelde om de zaak aan te houden om een rapportage te laten maken; dit verzuim leidt ex. artt. 328 jo. 331 Sv jo. 28.4 WOTS tot nietigheid. |
| 06-03-2012 | BU5353 | Beklag. 1. Art. 13 WOTS; verwerping verweer dat het Belgische rechtshulpverzoek geen voldoende concrete verdenking bevat. 2. Art. 13 WOTS; verwerping verweer dat de inbeslagneming onrechtmatig is, nu het zou gaan om s.f.o. dat betrekking heeft op fiscale feiten. Ad 1. Het oordeel van de Rechtbank getuigt- gelet op art. 13 WOTS- niet van een onjuiste rechtsopvatting en is, mede in aanmerking genomen de summiere aard van het door de Rechtbank te verrichten onderzoek niet onbegrijpelijk. Ad 2. Voor zover het middel een beroep doet op de Aanwijzing ontneming (Stcrt. 2009, 40) faalt het nu die aanwijzing beleidsregels inhoudt voor het openbaar ministerie betreffende te nemen vervolgingsbeslissingen en het bij de toepassing van art. 13.2 WOTS gaat om de vraag of aan de wettelijke voorwaarden voor het instellen van een strafrechtelijk financieel onderzoek of voor de inbeslagneming van een voorwerp is voldaan. De HR heeft zich in HR LJN AR7621 in verband met een rechtshulpverzoek in de zin van art. 13a WOTS uitgesproken over de uitleg die moet worden gegeven aan het Nederlandse voorbehoud bij art. 2 Verdrag inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven (Trb. 1990, 172). Dit voorbehoud t.z.v. fiscale delicten heeft betrekking op naar het recht van de verzoekende en aangezochte staat als fiscale delicten te kwalificeren feiten, die als zodanig strafbaar zijn gesteld, en niet op daarmede verband houdende feiten. Het bovengenoemde is van overeenkomstige toepassing op een rechtshulpverzoek als bedoeld in art. 13 WOTS. Het oordeel van de Rechtbank dat de inbeslagneming niet onrechtmatig is, nu niet uitsluitend sprake is van een fiscaal delict geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De feiten die aan het rechtshulpverzoek ten grondslag zijn gelegd zijn van dien aard dat de betrokkene zich tevens schuldig zou hebben gemaakt aan feiten die naar Belgisch recht als ?witwassen, deelneming aan een criminele organisatie en valsheid in geschrifte? worden beschouwd en die ook naar Nederlands recht als een soortgelijk commuun delict kunnen worden aangemerkt waarvoor krachtens art. 13 WOTS inbeslagneming kan plaatsvinden. |
| 10-02-2012 | BU9852 | Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (Wots); art. 15 Sr. Geval waarin buitenlandse vrijheidsstraf is opgelegd vóór datum inwerkingtreding (nieuwe) regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling op 1 juli 2008, maar waarin omzetting van deze straf in gevangenisstraf naar Nederlands recht eerst ná bedoelde datum heeft plaatsgevonden. Vraag of (oude) regeling van de vervroegde invrijheidstelling dan wel (nieuwe) regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling van toepassing is. Oordeel hof dat (nieuwe) regeling van toepassing is, is juist. Straf die OM in Nederland ten uitvoer legt, is de door de Nederlandse rechter - met gebondenheid aan de door de buitenlandse rechter uitgesproken veroordeling - zelfstandig naar Nederlands recht vastgestelde gevangenisstraf. De op de voet van art. 31 Wots gegeven beslissing waarbij gevangenisstraf wordt opgelegd, moet worden aangemerkt als een ?veroordeling tot vrijheidsstraf? in de zin van art. VI lid 1 van de wet van 6 december 2007, Stb. 500 (waarbij art. 15 Sr. werd gewijzigd). |
| 24-01-2012 | BU6017 | WOTS-zaak. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT7122. Het oordeel van de Rb dat de feiten die door de Poolse rechter aan de veroordeling ten grondslag zijn gelegd, naar Nederlands recht opleveren het misdrijf als voorzien en strafbaar gesteld in art. 288 Sr, is zonder nadere doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk, in aanmerking genomen de vereisten die art. 288 Sr stelt. |
| 14-06-2011 | BP9448 | WOTS-zaak. De Rb is bij het bepalen van de in Nederland op te leggen straf niet uitgegaan van een ander feit dan dat waarop de veroordeling van de Britse rechter betrekking heeft. |