Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland
Laatste nieuwsitems bij dit boek
Hirsch Ballin wil borgsom in Nederland
29-01-2010 - Minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie) wil verdachten van geweldsdelicten en vandalen sneller aanpakken. Zo wil hij hen al vastzetten voordat ze voor de rechter moeten verschijnen en wil hij de borgsom invoeren.


Lexplicatie 1.1b; Uitleg delicten Wetboek van Strafrecht

Auteurs: Bangma

Jongbloed prijs: ca. € 49,50
Uitverkocht Dit boek is uitverkocht

Boek | Ingenaaid | 337 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschijnt in 2008
ISBN-13: 9789013060393 | ISBN-10: 9013060390 | PDF Inhoudsopgave



Samenvatting

Dit Lexplicatiedeel bevat de regelgeving die nadere invulling geeft aan de delictsomschrijvingen in het Wetboek van Strafrecht. Het boek maakt deel uit van een miniserie bestaande uit de volgende delen:
1.1a Wetboek van Strafrecht
1.1b Uitleg delicten Wetboek van Strafrecht
1.1c Strafrechtelijke vervolging en tenuitvoerlegging
1.1d Bijzondere strafrechtelijke onderwerpen.
Tezamen geven deze delen een compleet en actueel beeld van het materiƫle strafrecht.

De auteur heeft de regelingen voorzien van heldere kernbeschrijvingen, inleidingen en artikelsgewijs commentaar.

Een prettig en overzichtelijk handboek voor de rechtspraktijk.

Serie


Rubriek / NUR

Straf- & strafprocesrecht

Trefwoorden

De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Strafrecht

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:

  • Aanwijzing bestrijding voetbalvandalisme en -geweld
  • Aanwijzing huiselijk geweld
  • Aanwijzing witwassen
  • Besluit schadefonds geweldsmisdrijven
  • Circulaire Aanwijzing handhaving vuurwerkregelgeving
  • Toon alle wetten die in deze bundel staan.

Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
27-09-2011 BQ3119 Economische zaak. Gegronde bewijsklacht. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet volgen dat de in de bij de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 behorende bijlage III aangegeven maximaal toegestane lading van het vuurwerk telkens was overschreden.
21-12-2010 BN9182 Economische zaak. Grondslagverlating. De primaire tenlastelegging is, naar bevestiging vindt in de daarbij in de dagvaarding vermelde wettelijke voorschriften, onmiskenbaar toegesneden op overtreding van het bij art. 1.2.2 (oud) Vuurwerkbesluit gestelde verbod. Het Hof heeft door in die tenlastelegging het woord ?bedrijfsmatig? in te lezen en vervolgens dat bestanddeel van het bij art 2.3.5 (oud) Vuurwerkbesluit gestelde verbod in de bewezenverklaring in te voegen de grondslag van de tenlastelegging verlaten.
24-10-2007 BB6303 Bij besluit van 24 oktober 2006 heeft verweerder aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Rubro Beheer B.V." een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting bestemd voor de verkoop van fietsen annex opslag en verkoop van consumentenvuurwerk op het perceel Ootmarsumsestraat 26 te Almelo. Dit besluit is op 8 november 2006 ter inzage gelegd.
24-01-2007 AZ7289 Een vrouw die oogletsel heeft opgelopen nadat vuurwerk in haar nabijheid is afgestoken, stelt de Evuco Vuurwerk aansprakelijk voor de door haar geleden schade. Evuco heeft het vuurwerk in Nederland op de markt gebracht. De rechtbank komt tot het vermoeden dat het vuurwerk dat is afgestoken vlak voor de vrouw letsel opliep, afkomstig is van Evuco en acht in beginsel een causaal verband aanwezig tussen het gebrekkige product en de ontstane Evuco wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.
09-01-2007 AZ1703 Het hof heeft geoordeeld dat de hier toepasselijke NL vuurwerkregeling ?niet strijdig is met artikel 28 van het EG-Verdrag? en voorts dat die regelgeving ?de toets aan artikel 30 EG-Verdrag doorstaat?. Het hof heeft tot uitdrukking gebracht dat het onderhavige verbod inzake het voorhanden hebben van vuurwerk dat niet voldoet aan de wettelijke eisen inzake de samenstelling en etikettering, weliswaar de handel tussen de lidstaten kan belemmeren, maar dat die mogelijke belemmering wordt gerechtvaardigd door het doel van die regelgeving, dat die regelgeving noodzakelijk is ter verwezenlijking van dat doel en dat niet aannemelijk is dat een minder verstrekkend voorschrift voldoende zou bijdragen aan het beoogde doel. Het eerste middel berust op een andere lezing van de bestreden uitspraak en mist dus feitelijke grondslag. Het tweede middel faalt bij gebrek aan belang nu het hof is uitgegaan van de toepasselijkheid van art. 30 EG-Verdrag.