Lexplicatie 3.46a; Huisvestingswet: Leegstandswet

Auteurs:
Radermacher SchorerJongbloed prijs:
ca. € 39,50
Dit boek is uitverkocht
Boek | Ingenaaid | 164 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschijnt in 2008
ISBN-13: 9789013060287 | ISBN-10: 9013060285 |
Inhoudsopgave


Nieuwe editie
Er is van dit boek een recentere editie bekend.
Samenvatting
De Huisvestingswet beoogt schaarse woonruimte evenwichtig en rechtvaardig te verdelen. De wet geeft gemeenten de mogelijkheid daarvoor in een huisvestingsverordening regels te geven. De Leegstandwet biedt een eigenaar van leegstaande woonruimte in bepaalde gevallen de mogelijkheid een vergunning te krijgen om de ruimte op tijdelijke basis te verhuren.
Dit Lexplicatiedeel bevat beide genoemde wetten en andere regelgeving die in dat kader relevant is.
De auteur gaat in op de achtergronden en plaatst de regelgeving in de juiste context. In zijn artikelsgewijs commentaar geeft hij verhelderende uitleg aan de hand van de parlementaire geschiedenis.
Serie
Rubriek / NUR
Staats- & Bestuursrecht
Aankomende cursussen omtrent Staats- & Bestuursrecht:
Juridische kalender
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Regelgeving, Huisvestingswet, Parlementaire geschiedenis, Woonruimte, Leegstandswet, Wetgeving, 4.210 Nederland, Huisvestingsverordening
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 13-04-2012 | BV2628 | Huurrecht. Tijdelijke huurovereenkomst in verband met voorgenomen sloop. Ook zonder aanvraag van vergunning op voet van art. 15 lid 1 onder c Leegstandwet kan sprake zijn van gebruik van woonruimte dat naar zijn aard slechts van korte duur is, in de zin van art. 7:232 lid 2 BW. Leegstandwet bevat geen exclusieve regeling op dit punt. Invoering art. 7:232 lid 4 heeft geen beperking gebracht in toepasselijkheid van lid 2. Beschikking HR 30 mei 1975, LJN AC5593, NJ 1975/464 houdt haar betekenis. |
| 18-01-2012 | BV1213 | Bij besluit van 9 oktober 2008 heeft het college [wederpartij] onder oplegging van een last onder dwangsom gelast binnen vier weken na verzending van het besluit de omzetting van de woning op het perceel [locatie] te Dordrecht van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte ongedaan te maken en het gebruik ervan ten behoeve van kamergewijze verhuur te staken. |
| 28-12-2011 | BU9436 | Op 7 juni 2007 heeft het college een sticker aangebracht op het woonschip van [appellant] waarop staat vermeld dat het voertuig wordt aangemerkt als een voertuigwrak en dat de eigenaar veertien dagen de gelegenheid heeft het voertuig te verwijderen, bij gebreke waarvan het college gebruik zal maken van zijn bevoegdheid tot het uitoefenen van bestuursdwang. |
| 03-08-2011 | BR3998 | Op 16 maart 2010 heeft het college de toewijzingslijst herinrichting Trekvaartplein versie 1 / 01-03-2010 (hierna: de toewijzingslijst) vastgesteld. |
| 18-02-2011 | BO9770 | Ruilverkaveling; geschil betreffende lijst der geldelijke regelingen; art. 131 e.v., 174 e.v., 212 e.v. Landinrichtingswet (oud); overgangsbepaling art. 95 lid 2 Wet inrichting landelijk gebied. Indien rechtbank niet beschikt over afschrift volledige lijst der geldelijke regelingen, behoeft zij zich daardoor niet te laten weerhouden van het geven van een beslissing. Onjuist is aanname dat rechtbank lijst der geldelijke regelingen slechts rechtsgeldig ex art. 217 Landinrichtingswet kan sluiten indien zij beschikt over volledig exemplaar van die lijst. Beroep op nietigheid lijst der geldelijke regelingen in verband met incompleetheid, genoegzaam door rechtbank verworpen (vgl. HR 20 november 2009, LJN BJ7315, NJ 2009/582). Gelet op voorschrift art. 212 lid 1, aanhef en onder a, Landinrichtingswet dat lijst der geldelijke regelingen een zo nauwkeurig mogelijke opgave bevat van kosten eigenaren, is wetgever kennelijk niet ervan uitgegaan dat ten laste van gezamenlijke eigenaren slechts die landinrichtingskosten mogen worden omgeslagen die ten tijde van opstellen lijst reeds zijn gemaakt. Bezwaar tegen verlenging bezwaartermijn door rechtbank terecht niet gehonoreerd; belanghebbenden kunnen ex art. 214 Landinrichtingswet slechts bezwaar indienen tegen de lijst der geldelijke regelingen zoals die ter inzage is gelegd. |