Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland

Lexplicatie 7.17c; Wet toezicht accountantorganisaties

Auteurs: Pouw

Jongbloed prijs: ca. € 39,50
Uitverkocht Dit boek is uitverkocht

Boek | Ingenaaid | 281 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschijnt in 2008
ISBN-13: 9789013057799 | ISBN-10: 9013057799 | PDF Inhoudsopgave



Nieuwe editie

Er is van dit boek een recentere editie bekend.


Samenvatting

Een accountantsorganisatie richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt. Dat is een van de voorschriften uit de Wet toezicht accountantsorganisaties. De wet stelt eisen aan accountantsorganisaties op het gebied van integriteit, bestuur, zeggenschapsstructuur en kwaliteitsbeheersing en brengt de organisaties onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten. In dit Lexplicatiedeel is zowel de wet als de uitvoeringsregelgeving opgenomen. De auteur geeft per regeling en per artikel uitleg aan de hand van de parlementaire geschiedenis en officiële toelichtingen. Een handzaam overzicht van de regels die het toezicht op accountantsorganisaties beheersen.

Serie


Rubriek / NUR

Belastingrecht

Aankomende cursussen omtrent Belastingrecht:
Datum Titel
31 mei Autobelastingen, bent u nog helemaal up to date? 0 0 0 0
20 nov Btw in binnen- en buitenland 0 0 0 0

Juridische kalender

Trefwoorden

De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Autoriteit Financiële Markten, Accountant, AFM, Wet toezicht accountantsorganisaties, Accountancy, Parlementaire geschiedenis, 4.210 Nederland, Wetgeving

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:

  • Beleidsregel betrouwbaarheidstoetsing van (kandidaat)(mede)beleidsbepalers van accountantsorganisaties
  • Beschikking 2008/627/EG betreffende een overgangsperiode voor controleactiviteiten van bepaalde auditors en auditorganisaties van derde landen
  • Besluit toezicht accountantsorganisaties
  • Convenant AFM en SRA
  • Regeling toezichtkosten Wet toezicht accountantsorganisatie
  • Toon alle wetten die in deze bundel staan.

Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
19-01-2012 BV2271 AFM heeft een accountantsorganisatie een bestuurlijke boete opgelegd van ? 54.450 wegens overtreding van artikel 14 Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) en haar meegedeeld de boeteoplegging openbaar te maken. De accountantsorganisatie betoogt dat AFM haar ten onrechte verwijt dat zij de op haar rustende zorgplicht uit hoofde van artikel 14 Wta niet heeft nageleefd, omdat zij alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van haar kan worden gevergd om naleving van afdeling 3.2 van de Wta te waarborgen. Dit betoog faalt. Gelet op de hoeveelheid en de ernst van de tekortkomingen in zes van de tien gecontroleerde dossiers is de voorzieningenrechter namelijk van oordeel dat AFM terecht heeft aangenomen dat EY niet datgene heeft gedaan dat van haar kan worden gevergd om ervoor te zorgen dat de aan haar verbonden externe accountants de toepasselijke wet- en regelgeving naleven bij het verrichten van wettelijke controles. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de boetebevoegdheid ten aanzien van slechts één van de door AFM aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde gedragingen of omissies is komen te vervallen door tijdsverloop. Dit brengt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet reeds met zich dat de beslissing tot vroegtijdige publicatie moet worden geschorst. De voorzieningenrechter is namelijk van oordeel dat op grond van de resterende gedragingen moet worden geoordeeld dat de accountantsorganisatie haar in artikel 14 van de Wta neergelegde zorgplicht niet is nagekomen, terwijl de enkele omstandigheid dat het te publiceren besluit ten onrechte een omissie noemt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet noodzakelijkerwijs met zich brengt dat het vierde lid van artikel 67 van de Wta zich tegen publicatie daarvan verzet.
24-05-2011 BQ7882 Wta-vergunning verleend op last van de rechtbank. Vergunning met een beperking in de tijd. Inschrijving in het register 'accountantsorganisaties'. Verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van de beperking toegewezen. Finale geschilbeslechting.
07-04-2011 BQ1017 : AFM heeft de aanvraag van een accountantsorganisatie om een vergunning in de zin van artikel 5, eerste lid, Wta afgewezen. Het rechtzekerheidsbeginsel staat eraan in de weg dat AFM thans tot een strengere beoordeling van de toepassing van de COS komt, dan wat tot op heden in de branche algemeen gebruikelijk is en daar als aanvaardbaar professioneel handelen werd geaccepteerd. Gelet daarop kon AFM in dit geval niet voorbijgaan aan de uitkomsten van de door externe accountants van een vergunninghoudend kantoor verrichtte opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling in de wettelijke controledossiers van de aanvrager. De rechtbank verklaard het beroep gegrond en bepaalt dat AFM de aanvrager vergunning dient te verlenen onder eventuele door AFM te stellen voorwaarden.
26-11-2009 BK4740 Wet toezicht accountantsorganisaties. De AFM heeft geweigerd eiseres een vergunning als bedoeld in artikel 5 lid 1 Wta te verstrekken. De AFM heeft de bij het bestreden besluit gehandhaafde afwijzing van de vergunningaanvraag gebaseerd op haar standpunt dat sprake is van structurele tekortkomingen in het stelsel van kwaliteitsbeheersing en in de professioneel-kritische instelling van de externe accountant en op een negatief betrouwbaarheidsoordeel over die accountant, tevens vennoot, in verband met de antedatering van een aantal aan de AFM gezonden documenten. Eiseres komt hiertegen zonder succes op bij de rechtbank.
25-05-2009 BI7127 Heffing ter vergoeding van de kosten van de behandeling van de aanvraag voor een vergunning op grond van de Wet toezicht accountantsorganisaties. De Minister van Financiën is bij het vaststellen van de aanpassingsregeling van 15 januari 2009 - voor zover hier van belang - niet getreden buiten artikel 41 Wta en de aldus aangepaste Regeling en Vaststellingsregeling komen evenmin in strijd met artikel 3:4 lid 2 Awb. Intrekking aanvraag doet niet af aan verschuldigdheid van de heffing. Dat eerder aan de vennootschap door de NOvAA het toetsingsoordeel voldoende was afgegeven maakt niet dat de maatschap die de vergunningaanvraag heeft ingediend zich op dwaling kan beroepen terzake de hoogte van het tarief.