Lexplicatie 5.13a; Wet werk en bijstand

Auteurs:
ZeijlJongbloed prijs:
ca. € 49,50
Dit boek is uitverkocht
Boek | Ingenaaid | 335 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschijnt in 2008
ISBN-13: 9789013053593 | ISBN-10: 9013053599 |
Inhoudsopgave


Nieuwe editie
Er is van dit boek een recentere editie bekend.
Samenvatting
Wie geen werk heeft en niet op andere wijze in zijn levensonderhoud kan voorzien, kan bij de gemeente terecht voor steun bij het zoeken naar werk en financiële bijstand. Dat is de kern van de Wet werk en bijstand, die in dit Lexplicatiedeel centraal staat.
Naast de wet zijn ook de uitvoeringsregelingen in deze uitgave opgenomen.
De auteur geeft uitleg in de vorm van kernbeschrijvingen, inleidingen en artikelsgewijs commentaar. Hij legt verbanden en citeert uit de parlementaire geschiedenis. Helder en overzichtelijk.
Serie
Rubriek / NUR
Arbeids- & Sociaal recht
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Uitvoeringsregelingen, Wetgeving, Parlementaire geschiedenis, Wet werk en bijstand, Regelgeving, 4.210 Nederland, Sociale zekerheid
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
- Beleidsregels financieel maatregelenbeleid IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en WWIK
- Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998
- Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004
- Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid
- Besluit gelijkstelling vreemdelingen WWB, Ioaw, Ioaz, Wvg en WWIK
- Toon alle wetten die in deze bundel staan.
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 13-03-2012 | BV8884 | Na de ziekmelding van appellante en haar claim dat zij absolute rust nodig had heeft het college haar medisch laten onderzoeken door Ausems met een zeer ruime vraagstelling. Zonder de uitkomst van dit onderzoek af te wachten heeft het college appellante een voorziening doen aanbieden die bestond uit het verrichten van werkzaamheden bij Praktijkjob. Daarmee heeft het college niet het vereiste maatwerk geleverd. De naam van het aangeboden product (Direct Werken) en de gekozen voltijdse aanstelling veronderstellen arbeidsgeschiktheid, terwijl het college had aangekondigd dat de begeleiding door Praktijkjob zou worden afgestemd op de uitkomsten van het medisch en arbeidskundig onderzoek. Deze handelwijze van het college is dermate onzorgvuldig, dat voor appellante niet de verplichting bestond om met ingang van 9 juni 2008 van de aangeboden voorziening gebruik te maken. De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak, verklaart het beroep gegrond en herroept het besluit van 2 oktober 2008 voor zover daarbij de bijstand is verlaagd. |
| 13-03-2012 | BV8857 | Geen rechtstreeks belang. Het betoog dat appellant belanghebbende is bij het toekenningsbesluit van 4 december 2009, omdat de gemaakte kosten van bijstand op hem worden verhaald, treft geen doel. De bijstandsverlening aan zijn ex-echtgenote staat los van de mogelijkheid om de kosten van bijstand ingevolge artikel 62, aanhef en onder b, van de WWB op appellant te verhalen. Dit verhaal vereist een afzonderlijk besluit. Voorts gaat het bij de toepassing van artikel 62 om een discretionaire bevoegdheid. Dat de gemeente Rotterdam de bijstand op grond van gemeentelijk beleid in de regel pleegt te verhalen, doet hieraan niet af en brengt niet mee dat het belang van appellant rechtstreeks bij het toekenningsbesluit van 4 december 2009 is betrokken. |
| 13-03-2012 | BV9578 | De weigering toeslag op bijstandsuitkering omdat betrokkene schoolverlater is, wordt vernietigd. De beoordeling of in het geval van betrokkene sprake is van een zeer bijzonder geval heeft appellant achterwege gelaten. Betrokkene heeft in de jaren voorafgaande aan de studie waarin zij werkzaam was een inkomen gehad dat aanzienlijk hoger was dan de bedragen voor levensonderhoud die in het kader van de studiefinanciering gelden. Haar kosten van levensonderhoud, onder meer bestaande uit de kosten verbonden aan het bewonen van een woning, waren dan ook substantieel hoger dan wat voor een gemiddelde student gebruikelijk was. Dat betrokkene, gelet op haar leeftijd, de afzienbare studieduur van twee jaren en de verwachting na afronding van die studie weer inkomen uit arbeid te verwerven waarmee zij ruimschoots in haar kosten van levensonderhoud zou kunnen voorzien, tijdens haar studie het uitgavenpatroon niet in neerwaartse zin heeft bijgesteld tot aan het niveau van de studiefinanciering is niet onbegrijpelijk te achten. Het voert in ieder geval te ver om, zoals appellant heeft gedaan, de handelwijze van betrokkene aan te merken als een ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid. De Raad is dan ook met de rechtbank van oordeel dat appellant had dienen te onderzoeken of het bedrag van de voor betrokkene van toepassing zijnde bijstandsnorm nog aansluit bij haar noodzakelijke kosten van bestaan en dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en niet op een draagkrachtige motivering berust. |
| 13-03-2012 | BV9564 | Eenmalige verlaging van de bijstand met ? 200,-- op de grond dat door toedoen van appellant twee, voor hem in het kader van een re-integratietraject door het college geschikt geachte, functies op een zogenoemde participatieplaats geen doorgang hebben gevonden. De weigering van appellant om zijn lange baard in te korten heeft een door veiligheidsmotieven ingegeven beletsel gevormd om hem bij wijze van re-integratievoorziening de functie van beveiligingsbeambte te laten vervullen. Zo hem dit al niet in directe zin met zoveel worden is gezegd, moet hem dit redelijkerwijs duidelijk zijn geworden uit de diverse daaromtrent gevoerde gesprekken. Het had appellant ook voldoende duidelijk kunnen zijn dat de DWI belang hecht aan een eenduidige respectvolle wijze van begroeten van cliënten en collega?s en dat zijn principiële weigering om vrouwen een hand te geven een belemmering zou vormen hem, eveneens bij wijze van re-integratievoorziening, de functie van assistent bij de formulierenbrigade van de DWI aan te bieden. Appellant heeft niet aan de hand van concrete objectieve gegevens of anderszins aannemelijk heeft gemaakt dat van hem op grond van zwaarwegende godsdienstige bezwaren niet kon worden gevergd zijn baard in te korten en dat hij vrouwen een hand geeft. De beroepsgrond dat appellant, gelet op een eerder gedane uitlating van toenmalig burgemeester Cohen ten aanzien van straatcoaches, met zijn opstelling niet verwijtbaar heeft gehandeld, treft evenmin doel. |
| 13-03-2012 | BV8641 | Intrekking en (mede)terugvordering bijstandsuitkering. Gezamenlijke huishouding. Echter geen sprake van schending inlichtingenverplichting. Appellante heeft niet expliciet melding gemaakt van een gezamenlijke huishouding. Wel heeft zij tijdens het huisbezoek op 3 februari 2004 openheid van zaken gegeven over haar woon- en leefsituatie. Van belang is dat bij dat huisbezoek een situatie van medegebruik door appellante van de woning is aangetroffen die niet anders was dan die tijdens de daarop volgende huisbezoeken in mei 2006 en april 2007. Ook was toen al bekend welk bedrag appellante maandelijks aan woonkosten betaalde. Dat tijdens het huisbezoek door de betrokken ambtenaar niet expliciet is doorgevraagd over andere huishoudelijke aangelegenheden dient voor risico van het college te komen. Geen bevoegdheid tot intrekken en terugvorderen bijstand tot datum besluit. |