Lexplicatie 1.1a; Wetboek van Strafrecht

Auteurs:
BangmaJongbloed prijs:
€ 39,50
Dit boek is leverbaar en op voorraad
Boek | Ingenaaid | 240 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschenen in 2008
ISBN-13: 9789013053197 | ISBN-10: 901305319X |
Inhoudsopgave


Samenvatting
In dit Lexplicatiedeel staat het Wetboek van Strafrecht centraal. Het boek maakt deel uit van een miniserie bestaande uit de volgende delen:
1.1a Wetboek van Strafrecht
1.1b Uitleg delicten Wetboek van Strafrecht
1.1c Strafrechtelijke vervolging en tenuitvoerlegging
1.1d Bijzondere strafrechtelijke onderwerpen.
Tezamen geven deze delen een compleet en actueel beeld van het materiƫle strafrecht.
De auteur heeft de regelingen voorzien van heldere kernbeschrijvingen, inleidingen en artikelsgewijs commentaar.
Een prettig en overzichtelijk handboek voor de rechtspraktijk.
Serie
Rubriek / NUR
Straf- & strafprocesrecht
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Strafrecht
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 27-04-2012 | BW4122 | Inkomstenbelasting (artikel 3.14, lid 1, aanhef en letter d, en lid 4, letter a, Wet IB 2001); omkering bewijslast; hennepkwekerij; geen rechtsregel verplichtte de Inspecteur ertoe zich bij zijn schatting aan te sluiten bij het oordeel van de rechter in de ontnemingsprocedure; de omstandigheid dat de rechter in de ontnemingsprocedure tot een bepaalde schatting van het voordeel is gekomen, brengt voorts nog niet mee dat belanghebbende daarmee heeft doen blijken dat de schatting van de inkomsten op een hoger bedrag onjuist is. |
| 17-04-2012 | BV9064 | Heling en verduistering van 'credits'. In zijn nadere bewijsoverweging heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat de term 'credit' moet worden opgevat in de economische betekenis die daaraan in het normale spraakgebruik wordt toegekend, te weten als gebruikseenheid om de daarmee aangeduide vorm van telecommunicatiedienstverlening te kunnen kwalificeren en in rekening te kunnen brengen. Het oordeel van het Hof dat, gelet op de functie die een 'credit' in deze economische betekenis in het maatschappelijk verkeer vervult, kan worden aangemerkt als een goed dat vatbaar is voor toe-eigening en dus voorwerp kan zijn van verduistering in de zin van art. 321 Sr en van heling als bedoeld in de artt. 416bis en 417 Sr geeft niet blijk van en onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR LJN BQ6575). Het oordeel van het Hof dat X zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 321 Sr (vgl. HR LJN ZC8253 NJ 1990/256). |
| 17-04-2012 | BV9062 | 1. Noodweer(exces) en culpa in causa. 2. Vordering benadeelde partij. Ad 1. De HR stelt zijn overwegingen uit HR LJN AU8087 voorop. Gelet op de feitelijke vaststellingen van het Hof geeft zijn oordeel dat uit de gedragingen van de verdachte moet worden afgeleid dat hij de confrontatie heeft gezocht en dat dit in de weg staat aan het slagen van het beroep op noodweer niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd; dat wordt niet anders doordat het hof bij zijn oordeel heeft betrokken dat X die dag een mes bij zich. Ad 2. Ambtshalve: in aanmerking genomen dat de benadeelde partij in hoger beroep haar vordering heeft gehandhaafd, was het Hof o.g.v. art. 335 en 361.4 jo art. 415 Sv gehouden op die vordering een met redenen omklede beslissing te nemen. De bestreden uitspraak ontbeert een dergelijke beslissing en kan daarom in zoverre niet in stand blijven. |
| 17-04-2012 | BW1481 | Gegronde bewijsklacht witwassen. HR herhaalt relevante passage uit HR LJN BM4440. Door te oordelen dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan witwassen als bedoeld in art. 420bis Sr, heeft het Hof onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtegang. Indien het Hof heeft geoordeeld dat reeds sprake is van " witwassen" in de zin van art. 420bis Sr als de verdachte geldbedragen voorhanden heeft die afkomstig zijn uit enig mede door hemzelf begaan misdrijf, heeft het gelet op HR LJN BM4440 blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Indien het Hof daaraan niet heeft voorbijgezien, is zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd, aangezien het Hof niet heeft vastgesteld dat het voorhanden hebben van die geldbedragen heeft bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen. |
| 13-04-2012 | BV5571 | Bewijsklacht. Het middel klaagt op zichzelf terecht dat het Hof de bewezenverklaring heeft doen steunen op de verklaring die medeverdachte X heeft afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, waar diens zaak tegelijk, doch niet gevoegd, met die van verdachte werd behandeld. In het dossier van de strafzaak tegen verdachte bevindt zich immers niet een schriftelijk stuk waaruit blijkt dat de door de medeverdachte gedane opgave is afgelegd. Dit verzuim behoeft i.c. echter niet tot cassatie leiden, nu de inhoud van die verklaring wezenlijk in overeenstemming is met de tot het bewijs gebezigde verklaring van verdachte zelf en de bewezenverklaring ook met weglating van de verklaring van de medeverdachte toereikend is gemotiveerd. |