Lexplicatie 4.2a; Penitentiaire beginselenwet

Auteurs:
GrootJongbloed prijs:
ca. € 49,50
Dit boek is uitverkocht
Boek | Ingenaaid | 371 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschijnt in 2008
ISBN-13: 9789013052343 | ISBN-10: 9013052347 |
Inhoudsopgave


Nieuwe editie
Er is van dit boek een recentere editie bekend.
Samenvatting
De Penitentiaire beginselenwet wordt wel een catalogus van rechten en plichten van gedetineerden genoemd.
Dit Lexplicatiedeel behandelt de beginselenwet en de bijbehorende lagere regelgeving. In het artikelsgewijs commentaar legt de auteur verbanden en citeert zij uit de parlementaire geschiedenis en uit relevante jurisprudentie.
Een handzaam en compleet naslagwerk over de regels die de tenuitvoerlegging van straffen in het Nederlandse gevangeniswezen beheersen.
Serie
Rubriek / NUR
Straf- & strafprocesrecht
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Penitentiair recht
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
- Aanwijzing ambtenaren belast met vervoer arrestanten
- Aanwijzing executie (vervangende) vrijheidsstraffen, taakstraffen, geldboetes, schadevergoedings- en ontnemingsmaatregelen
- Aanwijzing formulier risicoprofiel en executie-indicator
- Aanwijzing lichten van gedetineerden, TBS-gestelden en jeugdigen
- Aanwijzing vordering uitstel of achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling
- Toon alle wetten die in deze bundel staan.
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 27-09-2011 | BQ3765 | Het in strijd met art. 39 jo. art. 36 PBW opnemen van telefoongesprekken is geen vormverzuim begaan bij het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. Onder verwijzing naar de CAG overweegt de HR dat weliswaar moet worden aangenomen dat het opnemen van de door de verdachte gevoerde telefoongesprekken niet voldeed aan de daaraan ingevolge art. 8 EVRM te stellen eisen, maar bedoeld handelen van de PI kan niet worden begrepen onder een vormverzuim begaan ?bij een voorbereidend onderzoek? idzv art. 359a jo. 132 Sv, nu dit immers niet is begaan in het onderzoek tegen de verdachte ter zake van het aan hem tenlastegelegde waarover de rechter die in art. 359aSv wordt bedoeld, heeft te oordelen (HR 30 maart 2004, LJN AM2533, NJ 2004/376, rov. 3.4.2). Gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit het verhandelde ttz niet kan volgen dat op enigerlei wijze is tekortgedaan aan het recht van de verdediging om de opgenomen/beluisterde telefoongesprekken te betwisten, kan niet worden gezegd dat aldus een zodanige schending van beginselen van een behoorlijke procesorde dan wel een zodanige veronachtzaming van de rechten van de verdachte tot gevolg heeft gehad, dat het OM in de vervolging n-o zou dienen te worden verklaard of dat de uitkomst van dit onderzoek van het bewijs zou moeten worden uitgesloten (vgl. HR 18 maart 2003, LJN AF4321, NJ 2003/527). |
| 26-07-2011 | BR3848 | Vreemdelingenbewaring / Geweldsinstructie stelt geen nadere eisen aan gebruik handboeien / Ambtsinstructie geldt niet bij vervoer na inbewaringstelling |
| 04-07-2011 | BR1257 | De vreemdeling verblijft sinds 21 december 2007 in de extra beveiligde inrichting te Vught (hierna: de EBI). Het door de rechtbank aan de Afdeling gezonden procesdossier biedt geen aanknopingspunten aan te nemen dat de vreemdeling over eigen vermogen beschikt, dan wel over andere inkomsten dan die, die hij verwerft met het verrichten van arbeid in de EBI. Ingevolge artikel 2, tweede lid, van de Regeling arbeidsloon gedetineerden, bedraagt het uurloon maximaal ? 0,76. De vreemdeling heeft ingevolge artikel 47, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet weliswaar recht op deelname aan in de inrichting beschikbare arbeid, maar heeft geen aanspraak op een vast aantal werkuren per week.
|
| 08-02-2011 | BP3498 | Kort geding. Onrechtmatige overheidsdaad? Eiser stelt detentieongeschikt te zijn nu de penitentiaire inrichtingen niet over adequate verblijfsfaciliteiten ten aanzien van eiser beschikken, zodat zijn detentie inhumaan is. Naar voorlopig oordeel is onvoldoende gebleken dat sprake is van detentieongeschiktheid van eiser en dat zulks een inhumane situatie als bedoeld in artikel 3 EVRM oplevert. Het voorgaande neemt niet weg dat separate voor eiser getroffen voorzieningen mogelijk voor verbetering vatbaar zijn, doch daarvoor staat de rechtsgang ex artikel 60 Pbw (Penitentiaire beginselenwet) ter beschikking. Alle vorderingen van eiser worden afgewezen. |
| 20-03-2009 | BH6928 | Vordering in kort geding van de Verenging Asieladvocaten en -Juristen Nederland om de Staat te gebieden om een uniform en voor alle inrichtingen geldend apart regime voor vreemdelingenbewaring in te stellen. Geen rechtstreekse werking van de Country Reports van het CPT, de CPT Standards, de Twenty Guidelines on Forced Return en het Proposal Returns Directive. |