Lexplicatie 3.10a; Wetgeving verontreiniging en ongevallenbestrijding op zee

Auteurs:
JanssenJongbloed prijs:
ca. € 49,50
Dit boek is uitverkocht
Boek | Ingenaaid | 362 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschijnt in 2007
ISBN-13: 9789013051452 | ISBN-10: 9013051456 |
Inhoudsopgave


Nieuwe editie
Er is van dit boek een recentere editie bekend.
Samenvatting
Dit Lexplicatiedeel bevat de Nederlandse wetgeving die erop is gericht milieuverontreiniging van de zee te voorkomen en te bestrijden. De Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de Wet verontreiniging zeewater zijn met name gericht op het tegengaan van schadelijke lozingen door schepen. De Wet bestrijding ongevallen Noordzee geeft een wettelijke grondslag voor het overheidsoptreden op zee om schadelijke gevolgen van ongevallen te voorkomen. Alle drie de wetten zijn voorzien van kernbeschrijvingen, inleidingen en artikelsgewijs commentaar. Ook de bijbehorende uitvoeringsregelingen zijn opgenomen en van commentaar voorzien. Op deze wijze biedt dit deel uit de Lexplicatieserie een handzaam en toegankelijk overzicht van de nationale regelgeving die ons zeewater moet beschermen tegen milieuvervuiling.
Serie
Rubriek / NUR
Staats- & Bestuursrecht
Aankomende cursussen omtrent Staats- & Bestuursrecht:
Juridische kalender
Trefwoorden
Er zijn (nog) geen trefwoorden opgenomen voor dit boek
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
- Aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Wet verontreiniging zeewater
- Besluit aanwijzing klassenbureaus Wet voorkoming verontreiniging door schepen
- Besluit aanwijzing toezichtambtenaren Wet verontreiniging oppervlaktewateren en Wet verontreiniging zeewater
- Besluit ex artikel 3 Wet verontreiniging zeewater
- Besluit havenontvangstvoorzieningen
- Toon alle wetten die in deze bundel staan.
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 20-04-2012 | BV3436 | Strafrechtelijke veroordeling wegens verboden uitvoer afvalstoffen; slachtoffers stellen in buitenland civiele vordering in. Openbaar ministerie heeft op verzoek van slachtoffers ten behoeve van civiele procedure informatie uit strafdossier verstrekt. Verstrekking niet onrechtmatig; art. 39f lid 1 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, in samenhang met hoofdstuk 4, paragraaf 4 onder f van ?Aanwijzing verstrekking van strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden?, Stcrt. 2004, 223. Informatieverstrekking uit strafdossier kan zien op ander strafbaar feit dan het ten laste gelegde. |
| 08-03-2012 | BV8327 | Internationaal transport van afvalstoffen. Normen die de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu hanteert bij het beoordelen van partijen papierafval tot het moment dat er op Europees niveau normen zijn overeengekomen. De kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of het gedaagde vrij staat om de grenswaarden jegens eiseressen te hanteren als criteria waaraan eiseressen moeten voldoen bij hun transporten van oud papier en karton. De vorderingen zien enerzijds op het handelen van de Inspectie bij de bestuursrechtelijke handhaving van de EVOA, anderzijds op het handelen van het Openbaar Ministerie bij het onderzoek naar overtreding van het bepaalde in de artikelen 2 lid 35 EVOA jo. 10.60 lid 2 Wet milieubeheer en de artikelen 1a en 2 WED. Voorshands moet worden geoordeeld dat de Inspectie met het vaststellen en het hanteren van de door haar opgestelde grenswaarden haar bevoegdheid om door middel van beleid haar taken in te vullen, overschrijdt. Ook met het hanteren van die grenswaarden in het kader van een rechtshulpverzoek wordt de beleidsvrijheid van gedaagde onmiskenbaar overschreden. |
| 28-02-2012 | BV7652 | Economische zaak
|
| 23-12-2011 | BU9237 | Trafigura Beheer B.V. wordt veroordeeld tot een geldboete van ? 1.000.000,00 voor het in strijd met de toen geldende EEG-verordening (EVOA) overbrengen van afvalstoffen naar Ivoorkust (een ACS staat), alsmede voor het afleveren van gevaarlijke stoffen (met een economisch toe te kennen waarde in het handelsverkeer) wetende dat deze een voor de gezondheid schadelijk karakter (corrosief en extreme zuurgraad) hebben en dit verzwijgen (art. 174 Sr). Het hof acht de EVOA toepasselijk vanwege het aanvankelijk in de Amsterdamse haven lossen van de afvalstoffen. Het hof rekent Trafigura deze normschendingen zwaar aan mede in het licht van mondiaal verantwoord ondernemerschap en de concernrecidive (onherroepelijke uitspraak U.S.), maar houdt tevens rekening met imagoschade (golf van negatieve publiciteit), alsmede positieve bijdrage aan mondiaal welzijn in vorm van Foundation. |
| 20-09-2011 | BQ9057 | OM-cassatie. Wet personenvervoer 2000 & Besluit Personenvervoer 2000. Het Hof heeft zijn beslissing zich onbevoegd te verklaren van de zaak kennis te nemen gegrond op het oordeel dat het voorschrift gesteld bij art. 127.1 onder c BPV 2000 zijn wettelijke grondslag vindt in art. 104.1 aanhef en onder c WPV 2000 en als zodanig als economisch delict is aangemerkt in art. 1 aanhef en onder 4 WED. Dat oordeel is onjuist. Tegen de achtergrond van de geschiedenis van de totstandkoming van de WPV 2000 en het BPV 2000 moet worden aangenomen dat het voorschrift gesteld bij art. 127.1 onder c BPV 2000 niet is gegrond op art. 104.1 aanhef en onder c WPV 2000, maar op art. 104.1 aanhef en onder a WPV 2000. |